Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Cytomegalie virus (CMV)

Het cytomegalovirus (CMV) is een virus dat over de hele wereld voorkomt. Veel mensen dragen het bij zich. CMV wordt alleen verspreid via mensen, maar lang niet iedereen wordt er ziek van. Dragers van het virus kunnen het doorgeven zonder zelf symptomen van de infectie te hebben.

Symptomen van een cytomegalie-infectie

Als iemand ziek wordt van CMV, zijn de symptomen vaak:

  • hoge koorts;
  • rillingen;
  • ernstige vermoeidheid;
  • hoofdpijn.

Dit kan twee tot drie weken duren.

Risico’s van een cytomegalie-infectie

Baby’s van vrouwen die in de eerste helft van de zwangerschap voor het eerst besmet raken met CMV hebben een verhoogd risico op complicaties. Vooral tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap kan CMV (grote) schade bij de foetus veroorzaken als de moeder dan voor het eerst geïnfecteerd raakt.

Meestal hebben de baby’s geen ziektesymptomen, maar in enkele gevallen komt het voor dat ze in de twee jaar na hun geboorte toch een ontwikkelingsachterstand of problemen met zien of horen blijken te hebben. Een op de honderd kinderen wordt geboren met een CMV-infectie. Gelukkig krijgt maar een klein percentage zulke ernstige problemen. Het risico is dus klein.

Besmetting met CMV

CMV komt voor in urine, bloed, speeksel, tranen en moedermelk. Hiermee kan het worden verspreid. Vanaf het moment van besmetting duurt het ongeveer drie tot twaalf weken voordat de symptomen zich kunnen gaan voordoen. Zwangere vrouwen die werken met kinderen (bijvoorbeeld op peuterspeelzalen, kinderdagverblijven of in ziekenhuizen) komen vaker in aanraking met het virus. Aanstaande moeders raken soms besmet met CMV via hun eigen kleine kinderen. Die komen op een kinderdagverblijf in contact met veel andere kinderen, die het virus ongemerkt en zonder problemen bij zich kunnen dragen.

Hoe kun je besmetting met CMV voorkomen?

Je kunt het risico op besmetting verkleinen door regelmatig goed je handen te wassen met zeep en contact met speeksel en urine van kleine kinderen te vermijden. Helaas is dat voor een moeder met kleine kinderen niet echt haalbaar. Ook minuscule druppeltjes die door niezen of hoesten in de lucht komen, kunnen besmetting veroorzaken. Er bestaat nog geen behandeling tegen het virus.

×
Waar ben je?