Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Vaginaal bloedverlies

In de eerste drie maanden van je zwangerschap kan er wat bloed uit je vagina komen.

Ongeveer twee op de tien zwangere vrouwen verliezen wel eens een beetje bloed. Meestal is dat minder bloed dan wanneer je ongesteld bent. Veel vrouwen schrikken daarvan. Dat is logisch, want bloedingen zijn in ongeveer de helft van de gevallen een eerste signaal van het begin van een miskraam of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Meestal is er niets aan de hand en stopt het vanzelf.

De innestelingsbloeding

Relatief veel vrouwen verliezen een beetje bloed op het moment dat het bevruchte eitje zich in de baarmoeder nestelt. Dat gebeurt in de eerste weken, vaak nog voor de datum dat je weer ongesteld zou moeten worden als je niet zwanger was. Het bloedverlies is minder dan bij een normale menstruatie. Tot de zestiende week van je zwangerschap kun je sowieso wel eens wat bloed verliezen, omdat de placenta in de baarmoeder van positie verandert als de baarmoeder gaat groeien. In dat proces raakt wel eens een bloedvaatje beschadigd.

Onschuldige bloedingen

Er zijn meer soorten bloedingen die niet ernstig zijn en die ook na zestien weken zwangerschap nog kunnen optreden. Na het vrijen kun je bijvoorbeeld wat bloed verliezen. De huid van de baarmoedermond is nu wat kwetsbaarder. Er kunnen dan kleine bloedvaatjes knappen. Sommige vrouwen blijven wat bloed verliezen op de momenten dat ze anders ongesteld zouden zijn, gedurende meerdere maanden. Deze vormen van bloedverlies zijn onschuldig en wijzen niet op iets ernstigs.

Ernstige bloedingen

Het kan gebeuren dat het bloedverlies steeds erger wordt en gepaard gaat met hevige buikkrampen. Die pijn lijkt op de pijn die je hebt als je ongesteld bent of op weeën. Je kunt je ook ineens minder zwanger voelen. Dit kan duiden op een miskraam. Een miskraam komt voor bij ongeveer een op de tien zwangere vrouwen. Neem in dat geval direct contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Die kan je verder begeleiden.

×
Waar ben je?