Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Vmbo

Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) is een samensmelting van het vbo en de mavo.

Meer dan de helft van de kinderen gaat naar het vmbo (60 procent). Het vmbo duurt vier jaar. Het vmbo kent vier leerwegen.

Vakken en leerwegen

In de onderbouw krijgen leerlingen Engels, maar ook een tweede taal: Frans, Duits, Arabisch of Turks. Vanaf de derde klas kent het vmbo vier verschillende ‘leerwegen’. Een leerweg is een manier van leren. Sommige leerlingen leren makkelijk uit boeken. Zij volgen vaak de ‘theoretische leerweg’: vmbo-t. De andere drie leerwegen zijn meer gericht op de praktijk.

Bij de overgang van het basisonderwijs naar het vmbo is het goed om te letten op de zwaarte van de leerwegen. Vraag de leerkracht van je kind eventueel om advies.

Leerwegen op het vmbo

  1. De basisberoepsgerichte leerweg is voor leerlingen die vooral praktisch ingesteld zijn. De leerlingen doen examen in vier algemene vakken (zoals talen en geschiedenis) en een beroepsgericht vak.
  2. De kaderberoepsgerichte leerweg is voor leerlingen die theoretische kennis het liefst opdoen door praktisch bezig te zijn. De leerlingen doen examen in vier algemene vakken en een beroepsgericht programma van 960 uur.
  3. De gemengde leerweg is voor leerlingen die weinig moeite hebben met studeren, maar zich ook al willen voorbereiden op een bepaald beroepsgericht vak. Het is dus een combinatie van theoretisch en praktisch. De gemengde leerweg is wat betreft niveau gelijk aan de theoretische leerweg. Naast vijf algemene vakken kiezen de leerlingen een beroepsgericht programma van 320 uur.
  4. De theoretische leerweg is niet gericht op een bepaalde beroepskeuze. De leerlingen doen examen in zes algemene vakken, zoals diverse talen, geschiedenis en wiskunde. Na het volgen van de theoretische leerweg (TL) kan je kind naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of de havo.

Sectoren

Het vmbo kent de volgende vier sectoren:

  • techniek;
  • zorg en welzijn;
  • economie;
  • landbouw.
×
Waar ben je?