Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Regels en afspraken over drank

Als ouder heb je veel invloed op het gedrag van je kinderen. Als je duidelijke regels afspreekt over het drinken van alcohol, hebben kinderen daar meer houvast aan dan wanneer je geen of onduidelijke grenzen stelt.

Welke afspraken en regels maak je?

  • Onder de 18 jaar mogen kinderen in ieder geval geen alcohol drinken. De hersenen zijn pas helemaal ontwikkeld rond het vierentwintigste jaar. Het beste is dus om het drinken van alcohol zo lang mogelijk uit te stellen.
  • Als je kind 18 is en drinkt maak dan afspraken over hoeveelheden. Het beste is om niet meer dan een glas te drinken. 
  • Drink alleen in het weekend, dus hooguit een of twee avonden per week.
  • Drink geen alcohol als je de volgende dag naar school moet of moet werken.
  • Drink geen alcohol als je nog moet fietsen of op een andere manier aan het verkeer moet deelnemen (ook lopend).
  • Oudere kinderen geven geen alcohol aan jongere broers en zussen.
  • Oudere kinderen doen niet stoer over alcohol.
  • Op feestjes thuis zijn altijd alcoholvrije drankjes aanwezig.
  • Kinderen blijven van de drank van hun ouders af.

Ouders hebben veel invloed

Kinderen van ouders die regelmatig drinken beginnen vaak eerder met drinken en ze drinken meer. Deze ouders grijpen ook minder snel in. Jongeren die een goede relatie hebben met hun ouders drinken minder. Eigenlijk zouden kinderen tot hun achttiende geen alcohol moeten drinken, en tot ze 24 jaar zijn alleen bij speciale gelegenheden.

Jonge pubers houden zich meestal aan het verbod van hun ouders, maar verbieden alleen kan leiden tot stiekem gebruik. Het is daarom belangrijk dat jij de grenzen aangeeft, dat je uitlegt waarom je regels stelt, en dat je het goede voorbeeld geeft. Drink dus zelf ook niet te veel en te vaak en zeker niet als je nog moet autorijden.

Praten over alcohol

  • Ga respectvol met je kind om, ook als je het niet eens bent met zijn of haar gedrag.
  • Neem je kind serieus.
  • Stel je kinderen op hun gemak.
  • Luister goed naar wat je kind te vertellen heeft.
  • Alleen strenge regels hebben geen zin, erover praten wel. Een puber moet snappen waarom je regel belangrijk is.
  • Geef je kind de kans om achteraf rustig na te denken over het gesprek.

Kijk ook eens bij:

×
Waar ben je?