Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Rouwverwerking bij overlijden

Het kan gebeuren dat je kind al op jonge leeftijd te maken krijgt met het overlijden van een dierbaar persoon of de dood van een huisdier. Natuurlijk wil je je kind zo goed mogelijk ondersteunen bij de verwerking van dit verdriet.

Rouw bij kinderen tot 2 jaar

Tot ongeveer 2 jaar weten kinderen nog niet wat leven en dood inhoudt, maar ze kunnen wel voelen dat er iets aan de hand is. Laat het gewone leven zo goed mogelijk doorgaan, hoe moeilijk dat soms ook is. Probeer je kind zoals je normaal gewend bent liefde, aandacht en troost te bieden.

Rouw bij peuters en kleuters

Peuters en kleuters snappen nog niet dat iemand die dood is, voor altijd weg is. Net als volwassenen kunnen ze heel uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige gevoelens hebben. Zo kan een kind opgelucht zijn omdat de overledene geen pijn meer heeft, maar ook verschrikkelijk boos worden, of bang (vooral na een plotselinge dood) dat iemand anders ook doodgaat. Jonge kinderen moeten nog leren hoe ze met die gevoelens moeten omgaan.

Kinderen tonen gevoelens indirect

Jonge kinderen tonen gevoelens vaak niet direct, door bijvoorbeeld te huilen, maar via een omweg. Je kunt meestal aan het gedrag merken dat een kind verdriet heeft. Sommige kinderen worden agressief, baldadig, onhandig of juist heel behulpzaam of willen vaker op schoot zitten. Op de peuterspeelzaal kan het moeilijk gaan, en soms gaan kinderen weer in bed plassen. Vooral bij kleuters zijn gevoelsuitingen soms heftig en dat roept bij het kind zelf angst op. De veerkracht bij de meeste kinderen is gelukkig groot en de rouwsymptomen zijn tijdelijk.

Openheid

Bespreek open en rustig wat er is gebeurd en wat de oorzaak is van het overlijden. Als je dat niet doet, kan je kind bang worden en misschien zelf dingen gaan verzinnen. Vertel ook dat de gevoelens van je kind bij het rouwproces horen, en dat het verdriet overgaat.

Geef je kind alle ruimte om vragen te stellen. Ook als je steeds dezelfde vragen krijgt, is het van belang om telkens opnieuw antwoord te geven. Jonge kinderen stellen vaak vragen als:

  • ‘Hoe lang blijft opa dood?’
  • ‘Eten doden hetzelfde als wij?’
  • ‘Waar gaat oma dan naartoe?’
  • ‘Wanneer komt opa weer terug?’

Hoe ga je om met je eigen rouwgevoelens?

Het is goed om over je eigen gevoelens te praten, maar geef wel aan dat dit verdriet tijdelijk is en dat de ergste pijn overgaat. Je mag je eigen verdriet laten zien en dus ook huilen. Leg je kind uit waarom je huilt. Probeer te voorkomen dat je kind het gevoel krijgt dat je de situatie niet aankunt. Daar kunnen kinderen heel angstig door worden. Om zich veilig te kunnen voelen, moeten kinderen erop kunnen vertrouwen dan hun ouders in iedere situatie in balans blijven. Zorg goed voor jezelf en zoek steun bij mensen die je vertrouwt.

Kun je je peuter meenemen naar de uitvaart?

Als je kind zelf aangeeft dat het mee wil naar de uitvaart, kun je het gewoon meenemen. De afscheidsceremonie kan kinderen helpen met het verdriet om te gaan en het besef tot zich door te laten dringen dat de overledene echt niet meer terugkomt. Ze ervaren steun en troost, en kunnen hun verdriet delen. Wil je kind zelf niet mee, dwing het dan niet. Laat je kind ook zelf beslissen of het de overledene wil zien. Wil je kind dat wel, vertel dan van tevoren wat het te zien krijgt.

Zorg voor houvast

Probeer het gewone doen en laten zo veel mogelijk door te laten gaan voor je kind, hoe moeilijk dat ook is. Het gewone leven biedt houvast. Bij de Stichting Achter de Regenboog en Ouders van Jonge Helden kun je meer informatie krijgen over het begeleiden van kinderen bij een rouwproces.

Hulp bij rouwverwerking

Het is niet gemakkelijk om je kind te helpen als je zelf verdriet hebt. Als je het moeilijk vindt om je kind de juiste steun te bieden, kun je vrienden, familie of een goede buur om hulp vragen. Verder kun je professionele hulp inschakelen. Bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) weten ze waar je terechtkunt.

×
Waar ben je?