Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Dwangstoornissen bij peuters

Dwangstoornissen komen bij hele jonge kinderen niet zo vaak voor. Er is weinig bekend over dwangstoornissen bij peuters. Een dwangstoornis begint meestal na het twintigste levensjaar.

Wat zijn dwangstoornissen?

Een dwangstoornis is een speciale angststoornis. Iemand met een dwangstoornis heeft last van steeds terug kerende dwangmatige gedachten of dwanghandelingen, omdat hij ergens bang voor is.

Kinderen vertalen hun dwanggedachten soms als ‘stemmetjes’ in hun hoofd, vandaar dat ze deze dwanggedachten niet altijd als overdreven, onterecht en opgedrongen ervaren.

Of gaat het om een andere angststoornis?

Bij een stoornis heeft een kind erg vaak en veel last van angsten of dwanghandelingen. Het is ook belangrijk om een angststoornis te onderscheiden van normale kinderangsten die passen bij de leeftijd of ontwikkelingsfase.

Hoe ontstaat een dwangstoornis?

Erfelijke factoren, iemands persoonlijkheid en ervaringen die je meemaakt in het leven, spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van een dwangstoornis. Bij kinderen met een lage intelligentie komt een dwangstoornis vaker voor dan bij andere kinderen.

Wat te doen?

Vaste gewoonten om angsten te bezweren zijn normaal in de peutertijd. Misschien heb je het idee dat dwanghandelingen of angsten je kind grote delen van de dag (en nacht) bezig houden. Peuters kunnen niet goed verwoorden of ze een probleem hebben. Dan is het aan te raden dit te bespreken met een deskundige. De huisarts of iemand van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kunnen je helpen de juiste persoon daarvoor te vinden.

×
Waar ben je?