Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Als je het niet vertrouwt

Als je kind ouder wordt, brengt het steeds meer tijd door bij anderen. Meestal gaat dat goed, je kind doet zo ook nieuwe ervaringen op. Soms heb je er geen prettig gevoel bij.

Bij andere mensen thuis

Misschien vertelt je kind iets over wat de ouders van een vriendje deden. Of komt je kind verdrietig terug van een logeerpartijtje bij een familielid. Probeer er achter te komen wat je kind niet fijn vond. Dat is bij jonge kinderen heel moeilijk. Als je er nog steeds geen goed gevoel bij hebt, laat je kind daar dan niet meer naar toe gaan.

Pubers en verkeerde vrienden

Als je kind ouder is, kun je het gevoel hebben dat ze worden beïnvloed door verkeerde vrienden. Praat erover met je kind.

Vertrouwen in je kind

Het is belangrijk vertrouwen te hebben in je eigen kind. Kinderen moeten toch uiteindelijk zelf leren op hun eigen gevoel af te gaan en voor zichzelf op te komen. Dat leert je kind het beste als jij als ouder echt luistert en zijn of haar gevoelens serieus neemt.

Onzeker kind

Sommige kinderen zijn naïef of onzeker. Of ze hebben problemen thuis, of worden gepest. Deze kinderen zijn extra kwetsbaar. Zij zijn gevoeliger voor de invloed van anderen. Herken je dat bij jouw kind? Wees dan alert. Zoek eventueel manieren om je kind meer zelfvertrouwen te geven. Daar kun je ook hulp bij vragen via school of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Signalen van misbruik

Meestal hebben andere mensen het beste met je kind voor. Maar soms niet. Wees daarom alert op seksueel misbruik. Bijvoorbeeld als je kind zich anders gaat gedragen, teruggetrokken is, of eetproblemen krijgt. Of als je de vriend van je dochter niet vertrouwt.

Wees alert, maar niet bang

Het is goed om alert te zijn op dit soort zaken en je gevoel serieus te nemen. Maar laat je niet teveel leiden door angst. Realiseer je dat het meestal goed gaat en dat je tegelijkertijd het leven nu eenmaal niet altijd in de hand hebt. En relativeer. Zo leer je je kind natuurlijk dat het niet meegaat met vreemden, maar in de praktijk komen ontvoeringen maar zelden voor.

×
Waar ben je?