Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Dwangstoornissen

Iemand met een dwangstoornis heeft last van aanhoudende, obsessieve gedachten of dwanghandelingen. Voorbeelden van een dwangstoornis zijn onnodig vaak je handen wassen (smetvrees) of controleren of je iets wel in je tas hebt gedaan. De dwanggedachten veroorzaken angst en kunnen daardoor leiden tot dwanghandelingen om de angsten te verminderen.

Wanneer is het een dwangstoornis?

Een dwangstoornis heeft vaak veel invloed op het dagelijks leven, het werk, sociale activiteiten en relaties met anderen. Iedereen heeft wel eens last van nare gedachten of doet wel eens iets twee keer achter elkaar omdat hij twijfelt of het de eerste keer wel goed is gegaan. Er is pas sprake van een dwangstoornis als je minimaal een uur per dag dwanggedachten hebt of dwanghandelingen uitvoert. Een dwangstoornis lijkt een beetje op een angststoornis, omdat de aanhoudende gedachten vaak over iets ergs gaan. Je kunt bijvoorbeeld heel bang zijn dat een familielid een auto-ongeluk krijgt.

Dwanggedachten bij kinderen en jongeren

Kinderen zijn vaak bang om een besmetting of ziekte op te lopen, of een ongeluk of ramp over zichzelf of anderen af te roepen. Kinderen kunnen deze gedachten omzetten in dwanghandelingen. 

Wat kun je doen?

Het komt vaker voor dat jongeren wel eens dwanggedachten hebben of dwanghandelingen uitvoeren. Zolang het geen grote invloed heeft op het dagelijks leven, is dit niet erg, en in veel gevallen verdwijnt het vanzelf. Het is belangrijk om de dwanggedachten niet weg te praten, maar begripvol te reageren op je kind. Probeer ook niet mee te gaan in de dwang. Je kunt advies vragen bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) hoe je het best kunt reageren op dwangvragen en wat je kunt doen als je kind bijvoorbeeld steeds schone kleren aan wil trekken of niets wil aanraken.

Hulp zoeken

Als je je zorgen maakt over een mogelijke dwangstoornis, kun je je kind adviseren om naar de huisarts of jeugdarts te gaan. Die kan je kind doorverwijzen naar professionele hulpinstanties. De behandeling van dwangstoornissen kan bijvoorbeeld medicatie en cognitieve gedragstherapie omvatten.

×
Waar ben je?