Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Meelopen met de pesters

Bij pesten spelen behalve de pester en het slachtoffer ook anderen een rol. Dit kan ook zo zijn bij cyberpesten.

Meelopers zijn kinderen die de pester er niet van weerhouden zijn pestgedrag uit te voeren en soms zelfs gaan meepesten. We spreken ook van een meeloper als een kind het gepeste kind niet of niet voldoende steunt.

Wat doen meelopers?

Sommige kinderen lachen om wat er met het gepeste kind wordt uitgehaald. Anderen gaan meepesten. Ze versterken zo het succes van de pester. Er zijn ook kinderen die alleen toekijken. Ook dit versterkt het pestgedrag, omdat de dader denkt dat ze het pesten goedkeuren.

Het is niet duidelijk waarom kinderen mee gaan pesten. Misschien willen deze kinderen bij de groep horen of zijn ze bang om zelf gepest te worden.

Meelopers in de klas

De hele klas kan last hebben van pesten. Pesten hindert het leren. Kinderen die zelf niet pesten, vinden school minder leuk als ze zien dat iemand gepest wordt. Kinderen die dagelijks merken dat er gepest wordt, krijgen bovendien de boodschap dat:

  • het normaal is om niets tegen het pesten te doen;
  • het slachtoffer het pesten aan zichzelf te danken heeft;
  • het ene kind beter dan het andere kind is (ongelijkheid wordt geaccepteerd);
  • je met macht meer bereikt;
  • volwassenen niets doen tegen het kwalijke gedrag.

Wat kun je als ouder doen?

Wanneer je kind thuis vertelt dat een ander kind stelselmatig gepest wordt, is het belangrijk daar aandacht aan te besteden.

  • Laat je kind vertellen wat er precies gebeurd is en vraag wat het daar van vindt.
  • Je kunt kinderen ook vragen hoe ze zelf gereageerd hebben en hoe ze het liefst hadden willen reageren.
  • Vertel je kind hoe vervelend het is voor het gepeste kind.
  • Maak duidelijk dat pesten echt niet goed is. Keur hierbij het pestgedrag af en niet de kinderen die pesten als persoon.
  • Je kunt met je kind oplossingen bedenken voor het pestprobleem. Stimuleer je kind bijvoorbeeld om het gepeste kind te helpen en te ondersteunen in plaats van toe te kijken.
  • Vraag op de plek waar het pesten zich afspeelt of ze op de hoogte zijn van het pestgedrag. Op school is dit bijvoorbeeld de leerkracht of de vaste coördinator van het pestbeleid op school (dit kan de vertrouwenspersoon zijn).
×
Waar ben je?